Ik doe iets met computers, nu officieel

Toen ik bij de NPO vertrok was een van de vele redenen dat ik vond dat ik mezelf onvoldoende verder ontwikkelde. In de niet zo snelle publieke omroepwereld, waar ICT niet de core business van het bedrijf was, en waar ik voornamelijk nieuwe versies installeerde van het platform wat ik daar ooit heb opgebouwd, vond ik niet echt de motivatie om nog jaren precies hetzelfde te gaan doen.

RHCE
Nu, een paar maanden later, mag ik mezelf officieel Red Hat Certified Engineer noemen. Met wat jaren ervaring, plus de hulp van wat wij bij CRI intern “het grote Sander van Vugt boek” noemen, heb ik zowel het RHCSA (eitje, tijd over) en RHCE (veel werk, had geen minuut korter moeten duren) examen in één keer gehaald. Dat verandert verder natuurlijk niet meteen iets aan mijn werkzaamheden, maar het is stiekem toch fijn dat iemand anders ook nog eens op schrift bevestigt dat je daadwerkelijk kunt doen wat je al dagelijks doet.

Tel daarbij op dat ik ook al een paar maanden bij een hele interessante opdracht zit waar ik meteen het diepe in ben gegooid op allerlei vlakken (virtualisatie met KVM, automatisering met Puppet, Ansible en SaltStack, tools zoals Docker, Jenkins en GitLab en daarbovenop een scala aan door het bedrijf zelf ontwikkelde, intelligente software) en ik mag concluderen dat ik met mijn vingers aan heel veel nieuwe technieken heb mogen zitten waar ik een jaar geleden niet eens bij in de buurt mocht komen.

Als simpele inbelklant met zijn 56k v90 modem wilde ik ooit bij Demon Internet gaan werken. Gelukt. Als beginnend UNIX/Linux beheerder wilde ik me als ik groot was wel bij de zogenaamde guru’s van NOS/Publieke Omroep voegen. Kan van het afvinklijstje. Als Linux beheerder met meer dan 15 jaar ervaring wilde ik best wel eens proberen het RHCE certificaat te behalen. Hm, ook al gelukt. Tijd om maar eens wat nieuwe doelstellingen te verzinnen…

Overbodige technologie

Daar ligt hij al een tijdje, op de hoek van mijn bureau. Van onder de grijze Smart Cover staart hij me bijna weemoedig tegemoet, wat grauw van de laag stof die erop ligt. Ik raak hem voornamelijk nog aan om hem op te laden en de applicaties weer eens te updaten. Verder is onze relatie best wel bekoeld.

Mijn iPad. Het is een iPad 4, gekocht eind 2012. In het verleden veel gebruikt om e-mail te lezen en te beantwoorden en allerlei digitale edities van kranten te lezen (een tijdje zelfs zowel het Parool als de Gooi en Eemlander). De Facebook app en Tweetbot (mijn favoriete iOS app voor Twitter) stonden bijna continu open, maar ook 9GAG en 500px kregen veel aandacht. Evernote, TheFancy, Pinterest, Flipboard, Netflix, Blendle, Flickr, Medium, etc.: alles waar een tablet handig voor is, dat deed ik hier wel mee.

De laatste tijd: no so much. Ik gebruik voornamelijk mijn iMac en mijn iPhone. Toegevoegd detail: ik heb al sinds oktober geen laptop meer (alhoewel ik deze week een Lenovo baksteen bij de baas op mag gaan halen) en toch heb ik niet extra vaak de behoefte gehad om mijn iPad er weer bij te pakken. In Hilversum lag hij vooral op het nachtkastje voor gebruik ’s ochtends en ’s avonds, en dat is wanneer ik nu vooral nog mijn iPhone gebruik. En in Zaandam ben ik vanuit bed in een paar stappen bij mijn iMac, waar ik eventueel websites die het niet goed doen op mobiel dan maar op 27” formaat tevoorschijn tover.

Dus komt de vraag naar boven: wat moet ik nog met dat ding? Aan allebei de televisies hier in huis hangt een Apple TV, waar ik zo vanaf mijn iPhone of iMac naartoe kan Airplayen, dus voor mediaconsumptie is hij eigenlijk al overbodig. Tweetbot, Facebook en Instagram (waar niet eens een echte goede officiele iPad voor is) gebruik ik voornamelijk op de iPhone, samen met het nodige gemail en geinternet. Dan zijn er nog mensen die hun oude iPad in de keuken ophangen voor recepten en dergelijke. Tja, ik ben niet echt een keukenprins, en de gerechten die ik dan meestal maak ken ik ondertussen wel uit mijn hoofd.

Iemand anders nog een toepassing voor een oude iPad 4? Bij mijn huidige opdracht en thuis heb ik gewoon een vaste werkplek, tegenwoordig reis ik vooral in mijn leaseauto en niet meer met de trein en mocht ik dan ergens op een plek zijn waar ik snel even mail, Facebook en/of Twitter wil checken, dan heb ik daar mijn iPhone voor. Als ik mijn dus netjes volgens de Konmari-methode wil gedragen, dan zou ik hem nu dus weg moeten doen. En eerlijk gezegd: dat moet binnenkort ook maar gebeuren als ik echt niks meer met dat ding doe.

De niet zo geheime code

Coden. En dus niet coderen, wat ik wel eens gebruikt zie worden. Coderen doe je met encryptiesleutels, of met stickers als je weet dat Rob Geus binnenkort je afzuigkap, koelkastrubbertjes, vriezer en frituurvet komt inspecteren. Noem het dan gewoon programmeren. Alhoewel, dat is ook bepalen wat er vanavond op NPO 1 te zien is. Moving on.

Instructies geven aan een computer doe ik al sinds 1988, toen ik mijn eerste computer, een Commodore 64, kreeg. Dat ding spreekt BASIC, en met de hulp van wat uit de bibliotheek geleende boeken kwam ik er al snel achter wat er allemaal mogelijk was. (Totdat ik uit bepaalde boeken vooral de code bleek over te tikken en we toen maar de grote bijbehorende 5 1/4 inch floppy bij de uitgever hebben besteld). Op de PC ging ik daarmee door in GW BASIC, QBasic en uiteindelijk Quick BASIC (met wat uitstapjes naar Turbo Basic / Power Basic).

C64_startup_animiert

Toen was daar het internet. Opeens moest ik HTML, CSS en JavaScript gaan leren. Voor The Cosmos: a Search for Life hebben we zelfs dingen met DHTML inelkaar gezet (Flash, wat is dat?), video’s opgenomen met een Hi8 camcorder en omgezet naar RealVideo in postzegelformaat (WMV? H264? Nooit van gehoord!) en heb ik de vormgeving inelkaar gezet met DeluxePaint (u misschien nog bekend van Guybrush Threepwood, inderdaad, de hele Secret of Monkey Island is ook in dat programma gemaakt). Alleen het plaatje op de voorkant had ik bijelkaar geharkt in Corel PhotoPaint. Toentertijd dacht ik dat CorelDRAW en de rest van de Corel suite het vast wel gingen redden, en liet ik Adobe even links liggen. Oeps.

The Cosmos: a Search for Life

Toen rolde ik het IT beheer in. Nu moet ik wel zeggen, bij mijn eerste echte werkgever hadden ze veel Perl. Heel veel Perl. Misschien wel iets teveel Perl. En ook bij latere opdrachtgevers bleef Perl maar terugkomen, met steeds meer PHP. Ik bladerde allerlei tutorials, boeken, PDFs en andere zaken door om ze een beetje onder de knie te krijgen, en maakte ondertussen ook kennis met Python, Ruby, maar ook Java, C en een hint van C++ (proberen daar maar eens aan te ontkomen als je Unix en Linux systemen beheert).

Tegenwoordig heb ik veel te maken met websites die gebouwd zijn in Ruby on Rails, en webapplicaties die gebruik maken van JQuery, AngularJS en meer van dat soort frameworks. Documentatie te over te vinden op het internet (mijn nieuwe bibliotheek, zeg maar), maar waar trek ik snel even een set aan relevante oefeningen en uitleg vandaan? Toen herinnerde ik me een site waar ik ooit wel eens snel wat vingeroefeningen met Ruby had gedaan: CodeAcademy. En ja hoor, daar stonden kant en klaar cursussen klaar voor Ruby on Rails, AngularJS, JQuery, ik kon er mijn roestige HTML & CSS skills weer wat ophalen en er staan tegenwoordig zelfs korte oefeningen bij om bekende Internet API’s aan te spreken.

CodeAcademy

Nu ik weer weet dat websites tegenwoordig heel anders werken dan mijn statische HTML pagina uit 1998, kan ik me weer richten op een ander interessegebied: apps. Aangezien ik allang XCode op al mijn Macs heb staan en ik dagelijks gebruik maak van een iPhone (hm, en niet meer dagelijks de iPad, interessant), is het niet heel erg gek om nog eens een blik te gaan werpen op zaken als Swift, Objective C en Cocoa.

Ik ben geen programmeur, maar een beheerder (en bovenal een nerd), maar ik snap wel graag wat ik voor me zie en waar ik dagelijks mee te maken heb. Op internet kun je van allerlei verschillende site brokjes informatie afplukken om die zaken te gaan snappen, maar soms is het erg fijn dat er een site is als CodeAcademy die dat netjes op een centrale plek verzamelt.

Invasie van Utrecht

Zoals al eens eerder vermeld: ik speel Ingress. Vaag spelletje wat vast niet veel andere mensen spelen. Toch?

09.15u. Ouderkerk aan de Amstel. Een vage parkeerplaats in the middle of nowhere. Wat camera- en lichtopstellingen, vele kabels en wat busjes en vrachtwagens verklappen dat er hier echter iets aan de hand is. La Toeps, naast fotografe en blogger ook als handmodel actief (boek haar hier!), heeft een opdracht voor een niet nader te noemen product van een niet nader te noemen merk, en ik zet haar hier maar even af.

09.50u. Hilversum Noord. In mijn oude, nu ietwat legere huis, prop ik nog snel mijn mobiele telefoons aan de lader. Ik klap mijn laptop open en lees nog even alle regels, tijdschema’s en geplande operaties door. De NS Reisplanner verklapt mij de in theorie eerstvolgende trein richting Utrecht Centraal.

11.30u. Utrecht. Ik overval de AH To Go (nou ja, alleen wat sandwiches, Red Bull en een fles jus), bezoek de ernaast gevestigde Starbucks en speer mij richting de Jaarbeurs, om een stempel op de arm en een envelop met inhoud te ontvangen.

12.30u. Het team waar ik in zit is bijna compleet en staat verzameld bij de Tour de France-fiets.

TeamTDF1600

Maar Riemer, wat gebeurt hier dan? Dit was een Ingress Anomaly. Een door Google georganiseerd evenement waar honderden, of misschien wel duizenden spelers op af komen. In Utrecht waren dat behalve veel Nederlandse spelers ook Duitsers, Italianen, Britten en ga zo nog maar even door. De uitgekozen stad wordt opgedeeld in zones met daarin portals die extra veel punten op kunnen leveren of in ieder geval een bepaald strategisch belang kunnen hebben voor de rest van het spel. Vier keer wordt het puntenaantal gemeten, maar dat is een tijdspanne van 10 minuten waarvan niemand precies weet wanneer (dus bijvoorbeeld ergens tussen 14.00u en 14.10u, maar welke seconde precies, geen idee). Binnen die 10 minuten is iedereen dus maar aan het proberen zoveel mogelijk punten voor de eigen factie binnen te halen.

13.00u. Utrecht. De groepsfoto. Een invasie van Utrecht door nerds.

Group1600

14.00u, 15.00u, 16.00u en 17.00u. Utrecht. Niet nader te noemen top secret operaties ergens in Utrecht. De onschuldige voorbijganger ziet vele nerds op telefoons staren, driftig op knopjes drukkend en soms richting andere telefoonstaarders schreeuwend, of zelfs in een headset spugend. In een andere wereld worden er ondertussen bursters afgevuurd, resonators gesloopt, shields geplakt en weer verwijderd, links gelegd, fields opgeruimd, en gescholden dat er zoveel lag is omdat de Google servers het niet meer trekken. Oh wacht, dat laatste was weer realiteit.

Soms krijg je assistentie van een ander team en/of zijn de portals gevestigd, precies bij een pleintje of een cafe. Dan ziet de situatie er ongeveer zo uit:

TeamBuurt1600

18.30u. Utrecht. In de Jaarbeurs komt de organisatie het podium op om iedereen te bedanken voor een geweldige dag. Actrice Ione Butler, in haar rol van Susanna Moyer, maakt vervolgens de uitslag bekend. Resistance (het blauwe team) heeft in Utrecht ruim gewonnen. Rejoice!

19.00u. Utrecht. Ik negeer de Burger King en loop bij Julia’s naar binnen. Schouderklopmomentje.

20.15u. Ouderkerk aan de Amstel. La Toeps is niet ontvoerd, maar wel meegenomen naar een andere locatie. Als ik over een dijkje (dat mij een beetje aan De Hoef doet denken) opeens onder de snelweg rijd, voel ik me nog meer in the middle of nowhere dan vanochtend. Als ik vervolgens een bordje zie staan dat ik Ouderkerk aan de Amstel heb verlaten, heb ik dat idee al helemaal.

21.30u. Schiphol. Nee, we gaan niet spontaan naar Japan na een lange dag, maar even wat Starbucks halen kan nooit kwaad.

22.30u. Zaandam. Wat is het groen hier! Gadverdamme!

This message will self-destruct…

“Die neger is fucking baas!”

Eh, wat? De drie studenten die vlak naast me zitten in de trein hebben het over een film, schijnt. Het plot wordt me niet duidelijk en waarom de betreffende persoon een baas is, kan ik ook niet uit het verhaal ontwaren. Wel wordt het me al snel duidelijk dat ik niet meer tot de doelgroep behoor.

Want, dames en heren, ik word oud. Dat is geen wonderbaarlijke ontdekking op je 34e, maar voor iemand die op zijn 18e vers van school de IT inrolde en sinds zijn 21e fulltime in loondienst is (en bij drie ex-werkgevers vaak de jongste in het team was) kost het toch even tijd om daaraan te wennen. Maar het wordt misschien nog duidelijker als je bewust trends aan je voorbij laat gaan.

Snapchat. Ik snap het gewoon niet. Als ik plaatjes naar een select groepje mensen wil sturen, heb ik daar WhatsApp, iMessage of Facebook Messenger voor. Als ik het met de wereld wil delen, post ik het op Instagram, Twitter en/of Facebook. Als ik contact met iemand wil zoeken, dan mail of WhatsApp/SMS ik diegene wel even. Maar het belangrijkste: ik beslis wat er in mijn inbox zit, en wat erin blijft. Als je mij een mail wilt sturen die ik maar 10 seconden mag lezen, stuur dan niks. Als je mij een foto wilt laten zien die ik maar 10 seconden mag aanschouwen en verder niet mag opslaan, waarom stuur je me uberhaupt iets?

Het is de voornaamste reden dat ik ephemeral (wat is daar de juiste vertaling trouwens van? Kortstondig, vluchtig?) diensten als Snapchat, Path Talk en Facebook Slingshot links heb laten liggen. Ik erger me nu al dood als ik informatie waarvan ik weet dat dat in een mailtje uit 2009 staat niet meer kan vinden, laat staan dat ik die berichten gewoon niet meer heb. En als je me iets stuurt beslis ik of ik het lees, wanneer ik het lees, en of ik het opnieuw wil kunnen lezen. En we weten al sinds Inspector Gadget dat self-destructing messages nooit een groot succes kunnen zijn. Nou ja, als ze letterlijk ontploffen dan, natuurlijk.

Goed, genoeg geklaag van opa. Maar waar ik er vroeger als de kippen bij was als er weer iets nieuws was gestart (MySpace, Orkut, Friendster, Hyves, Twitter, Facebook, Google Plus), worden er nu steeds meer diensten uit de grond gestampt die me echt totaal niet meer interesseren. Nee, ik heb geen Social Media-moeheid of informatie-obesitas. Ik ben wel selectiever geworden wat betreft de apps en netwerken waar ik mijn energie nog in wil steken. En Snapchat zit daar duidelijk niet tussen.